arrow-right arrow-down arrow ticket cross play doorway link hexagon divider facebook twitter instagram linkedin youtube divider-small dogs guy-with-dog locker stroller wheelchair checkmark double-arrow email phone search phone2 quotes icon-people icon-ruler icon-stars
Gepubliceerd op 29 maart 2019

Bekijk Madurodam door de ogen van de heer C. Groot (wethouder in 1953)

Madurodam wordt al sinds de oprichting in 1952 “bestuurd” door een eigen college van burgemeester en wethouders, bestaande uit middelbare scholieren uit Den Haag en omgeving. Zij leren zo op jonge leeftijd bestuurlijke ervaring opdoen. De eerste burgemeester was Prinses Beatrix. Dit is het verhaal van C. Groot, wethouder van het eerste uur.

Het was tijd om weer eens naar Madurodam te gaan. En zo stond ik daar, een oude man, op het George Maduroplein. Daar, zo was mij verteld, zou de rondleiding beginnen. De rondleiding zou verzorgd worden door een wethouder van Madurodam. Naast mij stond een aardige jonge dame. Het bleek dat zij de wethouder was die ons zou rondleiden. We raakten aan de praat. Ik vertelde dat ik wethouder was geweest in 1953.  Zij deed het volgende voorstel: We doen de rondleiding samen. U doet het verleden. Ik praat over het heden. Ik twijfelde. Zij, een mondige studente in 2018. En ik, een oud-wethouder uit 1953, 82 jaar oud. Na enig aarzelen stemde ik toe.

De jongedame riep de mensen die bij onze groep hoorden bij elkaar en stelde mij en zichzelf aan de groep voor en vertelde dat we samen de rondleiding zouden verzorgen. "Begin maar," zei zij tegen mij. Ik begon aldus: “Mijn generatie groeide op in de karige jaren voor, tijdens en n a de oorlog. In onze jonge jaren had de welvaart nog niet toegeslagen. De straten waren gehuld in een onvoorstelbare rust. Kinderen konden op straat spelen. De wereld geloofde nog in Hansje Brinker. Alsof het een deltaplan was. Fietsers bepaalden het beeld van het stadsverkeer en staken hun hand nog uit. Zelfs de ministers zag je los rondlopen. Op de hoek van menig straat was een kleine kruidenier, vechtend voor zijn bestaan. De Golden Earring versierden ons Haags gehoor. Aan de Mauritskade en bij de Regentes leerden we het hoofd boven water te houden. De trams hadden een deur tussen het balkon en het zitgedeelte. In die deur was een doorgeefluikje. Daar legde je de tramkaart op. De conducteur zette er een stempel op en je pakte je kaart weer. Inchecken en uitchecken. Zo schrijdt onze beschaving voort. Mondigheid bij de jeugd werd vaak niet gewaardeerd. De nazi's hadden in de oorlog de Atlantik Wall gebouwd: Een verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje. Alleen in Panorama Mesdag werd de blanke top der duinen niet ontsierd door de gevreesde en gehate zwarte swastika's. Na de oorlog bleven bunkers en tankgracht nog lange tijd deel van de stad. Deel van ons bestaan. Een open wond. Litteken van de oorlog. Langzaam loste het litteken op. Waar eens de alles verslindende hoogmoedswaan van de Atlantik Wall heerste, ontstond een miniatuurstad. Een kleinood in het hart van de eens zo gehavende stad Den Haag.”


Ik vertelde aan de groep dat ik in 1953 werd aangewezen als wethouder van Madurodam. De jonge dame vroeg mij: “Wat was in 1953 de taak van een wethouder?” Ik vertelde: “Er was een miniatuur-autoweg in Madurodam. Die is er nog. Bij die autoweg was een luik in de grond. Als je dat luik opende was er een zitplaats. Binnen handbereik was er een schakelaar. Als er iets niet goed ging moest je de attractie, de autoweg, stopzetten. Ik vond het verantwoordelijk werk waar ik trots op was. Je was wethouder of je was het niet. Op een keer werd ik opgeroepen voor een rondleiding. Na afloop kreeg ik een tegoedbon, te besteden in het restaurant van Madurodam. Welk een weelde. Ik begaf mij direct naar het restaurant en verzilverde mijn bon. Het werd een milkshake. Ik heb nog nooit zo'n lekkere milkshake gehad. Ik had, zonder het te beseffen, even iets van de naderende welvaart geproefd.”

We constateerden samen dat de maatschappij zich spoedde naar welvaart en mondigheid. Maar wanneer kun je zeggen: Nu ben ik mondig? Hoe lang blijft een litteken nog een litteken? Wanneer is een wond geen wond meer? Wanneer is een rustige straat een drukke straat geworden? Bob Dylan zong: “The times that are a-changing”. Jules de Corte: “Ik zou wel eens willen weten”. Ik zou wel eens willen weten hoe ik zou hebben gereageerd als ik in 1953 de taakomschrijving van een wethouder van 2018 zou hebben gekregen.

De jonge wethouder zei: “Wat je daarnet vertelde over je taak als wethouder, is geen diepgaande taak.” “Dat kun je wel zeggen,” antwoord ik. “Er is veel veranderd. Mensen van mijn generatie zijn vaak verbaasd over de mondigheid van de jongeren van nu. De maatschappij, en daarmee ook de mens, is veranderd. The times that are a-changing. Geen wethouder van de hoofdschakelaar onder de grond? Nee, er is een nieuwe taak gekomen. Een taak die mondigheid vereist. De taak is niet het beheren van een schakelaar. Niet alleen maar beslissen tussen aan of uit. Het is deelnemen aan een maatschappij in beweging, waarvan je zelf een zichtbare schakel bent. Je beheert samen met anderen een monument dat leeft. Een kleinood. Een miniatuur. Een monumentaal miniatuur. Een miniatuurstad die ooit ontstond vanuit moed.”

 

Het wordt opeens stil.
“Ik ben even de draad van mijn verhaal kwijt” zeg ik. “Neem mij niet kwalijk,” zeg ik. De groep kijkt mij aan en wacht op mij. Ik had een gevoel alsof alles ver van mij af is. Ik aarzel.
Het liefst gaf ik het woord aan de jonge wethouder. Maar dat zou mijn eer te na zijn.
“Wat moet ik nog zeggen tegen jullie”, zeg ik zachtjes. In die stilte hoor ik dat iemand van de groep iets vraagt. Maar de stilte overheerst. Waar ben ik toch?  Is het 1953 of 2018?
Vanuit de groep wordt opnieuw een vraag gesteld. Nu duidelijker. Mijn geest ontwaakt. Zal ik toch maar verder gaan? Ja, ik moet het vertellen. Leven zonder herinneringen is geen leven. Een mens zonder herinneringen is geen mens. De vraag die door iemand werd gesteld is een vraag over de Atlantik Wall, daar waar Madurodam begon. Ik doe een stap naar voren om te antwoorden. Achter mij valt een luik dicht. Opeens ben ik er weer. Het is 2018. Voor mij staat de groep te wachten, op mij. Dan vertel ik verder over de Atlantik Wall. Iemand vraagt:" Wanneer had dat klaar moeten zijn"? "In geen 1000 jaar", zegt een van de mensen uit de groep. De ouderen in de groep glimlachen. Ik vertel over de alles verslindende hoogmoed van de bedenkers van de Atlantik Wall. En dat die hoogmoed is verslagen. Ik zeg ten slotte: "Is er nog iemand die een vraag heeft"? Ja, er is iemand die mij wat wil vragen. "Hoe wordt hoogmoed verslagen?" Die vraag overvalt me. Het is geen vraag die je achter een luik met een aan en uit schakelaar kunt beantwoorden. Het is even stil. Hoe kun je hoogmoed verslaan, vraag ik mij in stilte af. Dan zeg ik: " Ik denk dat ik het wel weet". Aarzelend zeg ik: "Hoogmoed kan worden verslagen door moed. HÉÉL VÉÉL MOED. Moed, zoals in: HET VADERLAND GETROUWE”.
GEORGE MADURO.
...............................................................................................................................


Voordat we het stadje ingaan, kijk ik nog even op een kladje dat ik in mijn jaszak heb.
Het zijn maar vier regels, 22 woorden. Gemaakt in de stilte coupé.
Dát is mijn verhaal.

 

GEORGE MADURO

Naar Auschwitz ging zijn trein.
Maar vlak bij ons,
Geridderd en gebeeld in waardig brons,
Staat hij voor altijd op zijn plein.


Die vier regels;
Die 22 woorden
Dát is mijn verhaal.

Dan gaan we zwijgend , langs het monument, het stadje in.
Even is er geen gids nodig.