VOC
Het verhaal van een scheepsjongen in de 17e eeuw
Vierhonderd jaar geleden, in de Gouden Eeuw, had Nederland duizenden schepen. We waren het allergrootste handelsland van de wereld.
Als je elf jaar was mocht je al mee varen, als bootsjongen. Met 350 man naar Indonesië. Ze namen voor maanden eten mee.
23.000 kilo brood, 11.000 kilo vlees, 1.500 pond spek, 1.800 kilo boter en 700 kazen…
Maar het was natuurlijk geen picknick. Ze gingen op reis om rijk te worden en kostbaarheden uit verre streken op te halen.
Duizenden kilo’s thee, 40.000 kommetjes van Chinees porselein, honderden goudstaven en dure kruiden. In geld van nu zou zo’n lading honderden miljoenen euro’s waard zijn…